Salvelinus alpinus
Biologische groep : Vis
Familie : Salmonidae
Klasse : Actinopterygii
Orde : Salmoniformes
Leefomgeving : Freshwater_marine
De ridder leeft in koud, helder en zuurstofrijk water. De soort komt vooral voor in meren, koude rivieren en, bij sommige trekkende populaties, in kustwateren.
Populaties kunnen standvast of trekkend zijn. Sommige blijven hun hele leven in een meer of rivier, terwijl andere naar zee trekken en later naar zoet water terugkeren om zich voort te planten.
Het voedsel varieert sterk per leefgebied en bestaat uit planktonische kreeftachtigen, vlokreeften, weekdieren, insecten en vis.
De voortplanting vindt meestal in de herfst of winter plaats. Het vrouwtje maakt een paaiplaats in grind- of steenbodem waar de eieren worden afgezet en vervolgens bedekt.
Voor deze soort is nog geen geverifieerde regelgeving gepubliceerd in FLB.
Regelgevende informatie wordt alleen weergegeven wanneer deze aan een specifieke jurisdictie is gekoppeld en aan de hand van een officiële bron is gecontroleerd.